Print deze pagina

Basiskenmerken Coöperatief Leren

Coöperatief leren is een onderwijsleersituatie waarin de leerlingen in kleine heterogene groepen op een gestructureerde manier samenwerken aan een leertaak met een gezamenlijk doel. De leerlingen die samenwerken zijn niet alleen gericht op hun eigen leren, maar ook op dat van hun groepsgenoten. Leerlingen leren met elkaar en van elkaar.
Niet elke vorm van samenwerking tussen leerlingen is te omschrijven als coöperatief leren. Het plaatsen van leerlingen in groepen met de opdracht dat ze mogen samenwerken of met elkaar mogen overleggen is nog geen
coöperatief leren. Er kan pas over coöperatief leren gesproken worden als er sprake is van een aantal kenmerken.
Vijf basiskenmerken (Johnson, Johnson & Holubec, 1994) zijn typerend en bepalend voor coöperatief leren. Klik hieronder op een basiskenmerk voor meer informatie over het betreffende kenmerk.

Positieve wederzijdse afhankelijkheid

Positieve wederzijdse afhankelijkheid betekent dat leerlingen van elkaar afhankelijk zijn om het leerdoel te bereiken. Ze weten dat ze het doel alleen kunnen bereiken door samen te werken. Inzet en inspanning van ieder groepslid is nodig om succesvol te zijn.
Deze afhankelijkheid is positief omdat het geheel van de gezamenlijke inspanningen meer oplevert dan de som van de afzonderlijke prestaties. De afhankelijkheid schaadt de leerlingen niet, maar levert hen wat op.
Deze onderlinge afhankelijkheid van de leerlingen in de groep leidt ertoe dat:

  • Leerlingen niet alleen profiteren van hun eigen inzet, maar ook van de inzet van de andere leden van de groep. Leerlingen ervaren: ‘Samen kunnen we meer dan alleen’
  • Leerlingen beseffen dat ze niet zonder elkaar kunnen: ‘Alleen samen lukt het’
  • Leerlingen zich realiseren dat ieder groepslid mee moet doen om succesvol te kunnen zijn: ‘We kunnen niet zonder jou’.
Individuele verantwoordelijkheid
De bedoeling van coöperatief leren is dat alle leden van een groep een bijdrage leveren. Het gevaar van werken in een groep is dat leerlingen soms afhaken, meeliften of buitenspel gezet worden. Dit soort situaties willen we voorkomen omdat we willen dat alle groepsleden actief en betrokken meedoen. Door individuele verantwoordelijkheid te realiseren, voorkomen we dat kinderen voor spek en bonen meedoen met de groep. Ieder groepslid weet dat hij verantwoordelijk is voor zijn eigen bijdrage aan de groep. De leerling weet dat zijn persoonlijke bijdrage aan het werk van de groep onmisbaar is en dat hij erop wordt afgerekend.
Directe interactie
Tijdens het samenwerken zijn leerlingen met elkaar in gesprek. Er is veel interactie: leerlingen wisselen ideeën en informatie uit, verwoorden hun gedachtegang, corrigeren elkaar en leggen dingen aan elkaar uit. De leerstof krijgt voor leerlingen meer betekenis, door er met elkaar over te praten. Als kinderen werken in tweetallen of groepen, zijn veel kinderen tegelijkertijd aan het woord. Er is simultane interactie: als gewerkt wordt in tweetallen, kan 50% van de groep tegelijk aan het woord zijn als er gewerkt wordt in viertallen 25%. Dit leidt tot veel activiteit en betrokkenheid.
Samenwerkingsvaardigheden
Coöperatieve werkvormen hebben altijd een dubbel doel: een inhoudelijk doel en een doel gericht op het samenwerken van de leerlingen. De leerkracht oefent gericht samenwerkingsvaardigheden met de leerlingen en daarna passen ze de vaardigheden tijdens coöperatieve werkvormen toe. Door regelmatige toepassing en positieve waardering daarvan, slijpen de vaardigheden goed in. Bovendien wordt het arsenaal samenwerkingsvaardigheden stap voor stap steeds verder uitgebreid.
Evaluatie van het groepsproces
Na het samenwerken vindt altijd een evaluatie plaats. Hierbij gaat het niet alleen om de inhoudelijke evaluatie van wat de groepsleden hebben gemaakt of geleerd. Het gaat ook om de manier waarop de leerlingen in een groep met elkaar hebben samengewerkt. De leerlingen worden hierbij betrokken: wat ging er goed en waar kunnen we de volgende keer nog beter op letten? Evaluatie van het samenwerken is belangrijk omdat het leerlingen aanzet tot reflectie. Het hoeft niet lang te duren, maar mag niet worden vergeten.
Bron: Förrer, M., Jansen, L. en Kenter, B. (2004). Coöperatief leren voor alle leerlingen! Praktische toepassingen voor leerlingen met speciale behoeften. Amersfoort: CPS, onderwijsontwikkeling en advies