Print deze pagina

Het ROTOR-model

Ontwikkeling en leren staan centraal in het onderwijs. In het onderwijs aan de hogeschool en in het onderwijs op de basisschool. Een ontwikkelingsproces kan ondersteund worden door het ROTOR-model: het doorlopen van de stappen van de ROTOR zorgt voor een systematische en planmatige aanpak.


Het ROTOR-model ontleent zijn naam aan de eerste letters van de vijf afzonderlijke denkstappen die in dit model gemaakt worden:


Retrospectie
Ontwerpen
Toepassen
Onder de loep (onderzoek)
Reflectie

Deze vijf stappen zijn geplaatst langs en op de pijl, die je leidt van de beginsituatie naar de gewenste doelstelling. Deze pijl wordt gekenmerkt door het handelen. Stappen die op de pijl geplaatst zijn, worden tijdens het handelen in de praktijk uitgevoerd. Bij de andere stappen wordt gestructureerd gekeken naar de praktijk. Dit verklaart waarom het ROTOR-model een denk- en handelingsmodel is: het denken en het handelen beïnvloeden elkaar en zorgen samen voor een effectieve ontwikkeling.

Het ROTOR-model is ook te benutten bij het opzetten en doen van onderzoek. Op Hogeschool de Kempel gebruiken we met name deze toepassing.


Je kunt het ROTOR-model vanuit drie perspectieven inzetten.

1. Het ik-perspectief

Jij bent als aanstaande leraar voortdurend in ontwikkeling, op weg naar een startbekwame leraar. Om sturing te kunnen geven aan jouw eigen leerproces kun je gebruik maken van het ROTOR-model. Dit noemen we in het ik-perspectief. Je kunt dit perspectief gedurende alle fasen (P- t/m K3-fase en alle jaren CP) van de opleiding gebruiken.Dit perspectief wordt in dit kennisobject kort uitgewerkt.

2. Het wij-perspectief

Tijdens jouw stage op de basisschool leer jij, maar ben jij ook degene die de leerlingen van alles laat leren. Jij draagt zorg voor het leren van de kinderen uit jouw klas. Voor dit planmatig en gestructureerd vormgeven van onderwijsontwikkeling in jouw klas kun je het ROTOR-model ook gebruiken. Jij bent dan deelnemer aan de groep. Dit perspectief noemen we wij: de groep en ik. Je kunt dit gedurende alle fasen (P- t/m K3-fase en alle jaren CP) van de opleiding gebruiken.

Vanaf de K2-fase / CP1 ga je ook de onderwijsontwikkeling op de stageschool mee vorm geven. Dit kan op bouwniveau (onder / midden / boven) en op schoolniveau zijn. Jij bent dan deelnemer aan de bouw/school. We noemen dit perspectief wij: de bouw/school en ik. Je kunt dit perspectief veelal vanaf de K2-fase van de opleiding gebruiken.

In de tabbladen ‘wij: de groep en ik’ en ‘wij: de school/bouw worden de stappen van de ROTOR aan de hand van een voorbeeld van dit perspectief verder uitgelegd.

3. Het zij-perspectief

Het ROTOR-model kan ook gebruikt worden voor het onderzoeken van onderwijs of voor vormgeven van onderwijsontwikkelingen waarbij jij als onderzoeker of vormgever buiten de groep staat. Dit perspectief wordt in dit kennisobject kort uitgewerkt.

 

Ben je met de ROTOR aan het werk gegaan en heb je vragen waarvan het antwoord niet gegeven wordt in de eerste tabbladen? Dan vind je in het tabblad ‘vragen’ antwoorden op veelgestelde vragen.