Print deze pagina

Ik: Toepassen en Onder de loep

Bij het ik-perspectief kunnen de stappen ‘toepassen’ en ‘onder de loep ’ in de praktijk op hetzelfde moment plaatsvinden. Daarom wordt de stap ‘toepassen’ en 'onder de loep' hier verder uitgelegd en geïllustreerd met voorbeelden.

Bij het doorlopen van de stappen van de ROTOR kruis je de lijn ‘handelen’ tijdens de stap ‘toepassen’. Toepassen betekent hier jouw eigen handelen in een 'veilige' setting: je probeert iets uit om te onderzoeken of het handelen werkt.
Tijdens het toepassen ga je dus activiteiten uitproberen met de doelgroep die centraal staat. Bij ‘toepassen’ horen dan de activiteiten waarvoor je dient te handelen in de praktijk met de betreffende doelgroep.

Voorbeeld:
Je wilt dat de leerlingen de tafels tot en met 5 beter automatiseren. Je maakt een ontwerp en stelt een plan op: elke ochtend en middag gaan de leerlingen in tweetallen oefenen met flistkaarten.Tijdens ‘toepassen’ vindt dit oefenen plaats: handelen in de praktijk met de betreffende doelgroep. Tijdens en na het toepassen, bij de stap onderzoek, ga je meten of de leerlingen de tafels tot en met vijf beter geautomatiseerd hebben.
Let op: onderzoek vindt tijdens en na het toepassen plaats. Tijdens het oefenen met flitskaarten observeer je het proces van de leerlingen; na het oefenen met de flitskaarten kijk je naar het product van de leerlingen.